Wat kan er veel gebeuren in een paar dagen tijd. We zijn het gevoel van tijd helemaal kwijt door het reizen door tijdzones (we leven nu 7 uur eerder) en de vele indrukken.
Vanuit Irkoetsk zijn we met de boot naar Bol’shiye koty gevaren. Een gehucht aan het Baikalmeer. Met een papiertje met een foto van het huisje waar we moesten zijn konden we op zoek naar onze overnachtingsplek. We hadden echt het gevoel in een Deense kinderfilm te zijn beland. Een stuk of 20 houten huisjes, loslopende paarden en koeien, geen geasfalteerde wegen en dat alles omringd door (beren)bos. We sliepen samen in zo’n houten huisje. De wc was een houten hokje met een gat in de grond. Het eten werd verzorgd door een Russin in een groene bloemetjesjurk bij haar thuis. Douchen mochten we bij haar dochter. Helaas zijn we hier maar een dagje gebleven. De volgende ochtend voer de boot ons naar Listvyanka waar we werden opgepikt en samen met een ander groepje Nederlanders naar het Siberisch Openluchtmuseum togen. Leuk om zo een kijkje te kunnen nemen in het leven van de Siberiers.
Hierna werden we in Irkoetsk afgezet bij ons nieuwe overnachtingsadres. In een Russisch apartementencomplex wachtten twee Russische dametjes met gouden tanden ons op. Wij mochten in de bedden, zij gingen op de bank en de grond slapen. Ze spraken geen woord Engels maar wat waren we welkom! De hele avond hebben ze samen zitten oefenen op 2 zinnen;Where you from? You relegion? Toen Jans zij dat ze van origine protestant was, maakten ze een rondedansje door de kamer. Ook hier bleven we maar even. Om 6 vertrok de trein richting Ulaan Baatar. En dat was hele andere koek dan de trein die we eerder hadden.
De trein zat helemaal vol met Mongolen en vooral met de spullen die zij meeslepen. OVERAL in de trein stonden tassen, dozen, tapijten, paspoppen, spijkerbroeken, schoenen, leren laarzen, pantykousjes, toiletartikelen, t-shirts, nepleren jasjes en vissen (dood). En waar ze dat stoppen? In luikjes, achter deuren, onder banken, in de vloer, achter de verwarming, in het plafond, op de wc en god mag weten waar nog meer. Nou ja, ook bij ons in de coupe dus. Het eerste uurtje was er niks aan de hand en hadden we de coupe voor onszelf. Opeens ontstond er een opstootje bij ons voor de deur. Een groep Mongolen wilde naar binnen. Daar sta je dan, twee Hollandse dames en een gang vol Mongolen. Na een uur discussieren bleek dat ons ticket niet goed was en we 2 plaatsen moesten afstaan aan 4 (tot 10, varierend in formaat en leeftijd) Mongolen. In 10 minuten tijd was onze coupe omgebouwd tot een soort Beverwijkse Bazaar. De hele trein kwam in en uit met tasjes en doosjes. Na wat frustratie hebben we eindeloos toe zitten kijken. Biznes biznes riep het Mongoolse vrouwtje steeds. Many many biznes. Tja, en toen kwamen we er dus achter dat er een fout was gemaakt met onze tickets en dat de andere twee plaatsen ook voor ons bestemd waren. Deze tickets hadden ze achter ons oude ticket naar Irkoetsk geplakt. Maar ja, ze zaten er al en we spraken af dat ze tot de grens mochten blijven zitten. Ze hadden het zelf over 5 uur maar dat werden er 10. Later begrepen we dat ze een zitplaats nodig hadden om over de grens te komen. Eigenlijk reisden ze dus allemaal illegaal. En de provodnitsa werkte daar hard aan mee. Het passeren van de grens heeft in totaal 5 uur geduurd. Formulieren invullen, paspoorten afgeven, trein in, trein uit. Toen de Mongoolse smokkelaars eindelijk hun stempels hadden zijn ze de coupe uit getrokken. Wij hebben ze daar een handje bij geholpen. Eindelijk de coupe weer voor onszelf om half elf ‘s avonds. Rust! En toen konden we er ook wel om lachen. Uiteindelijk hebben we ook leuk met ze zitten kletsen en ze aan de drop gekregen. De zak is de hele wagen door gegaan, een Mongools jongetje heeft overal uitgedeeld. Twee jongetjes kwamen met verlegen gezichten onze coupe in omdat ze ook zo graag wilden proeven.
Het ergste aan het verhaal waren de 10 stinkende gedroogde vissen die open en bloot op tafel en in het bagagenetje lagen. Het laatse uur voordat we vertrokken konden we de coupe niet meer in vanwege de lucht van die vissen die al uren in de zon lagen. Niet vreemd dat we voor dit land zijn ingeent tegen buiktyfus.